Peter Milenky

E.H. Peter Milenky, vertegenwoordiger van de Grieks-Katholieke Kerk in Slovakije, kwam mee als begeleider van de Slovaakse kinderen voor de tweede periode. Dit was een buitengewone gelegenheid om met hem de mogelijkheid te onderzoeken voor een permanente samenwerking in de toekomst. Samen met de voorzitter Arnould, Debby en Father Robert gebeurde dit in het Euro-Children kantoor, en de voorzitter Arnould heeft besloten kortelings in Slovakije zelf verdere mogelijkheden te bespreken.

Mevrouw Kamila Poláčková, vele jaren verantwoordelijk voor de samenwerking met Euro-Children heeft besloten wegens haar leeftijd te stoppen. Er is intussen reeds een vorm van samenwerking met de sociale dienst Navrad in Prešov. Een actieve samenwerking met priesters van de Grieks-Katholieke kerk (de meeste van deze priesters zijn zelf gehuwd) zal voor de keuze van de kinderen de volgende jaren zeer nuttig zijn. De Coördinatie neem vroeger Euro-Child Veronika Dragunová op zich. Voortaan staan deze drie mensen samen in voor de selectie van de kinderen.

Oost-Slovakije

EURO-CHILDREN

 

Achtergrond informatie

De grote reden waarom het Slovaakse Parlement de voorkeur gaf aan zelfstandigheid voor het land, moet men zeker zoeken in het geschiedkundig en cultureel verleden. Tsjechië, met zijn beide landsdelen Bohemen en Moravië, was historisch vooral verbonden met de geschiedenis van het Duitse Rijk, terwijl Slovakije de meeste invloeden onderging door contacten met de Oostenrijks-Hongaarse Monarchie. Gevoeligheden bij de verdeling van politieke ambten en een grote concentratie van het bestuursapparaat in Praag gaven de Slovaken een permanent gevoel dat ze door de Tsjechen werden onderdrukt. Het verwerven van de zelfstandigheid was dan ook voor de Slovaken, met hun eigen cultuur, eigen taal en eigen organisatie van de katholieke kerk een pluspunt.

Economisch kwam Slovakije echter zeer zwak uit de verdeling, omdat het vooral beschikte over een zware industrie zonder toekomst, en een landbouw waarvan de uitvoer traditioneel was afgestemd op Oost-Europa.

Bij de oprichting van de zelfstandige republiek Slovakije werd Vladimir Meciar verkozen tot premier, omdat hij beschikte over de grootste partij (HZDS = Beweging voor een Democratisch Slovakije). Op 5 maart 1993 werd Michal Kovac verkozen tot president.

kaart Slovakije

deugddoende vakanties voor kansarme kinderen bij gastgezinnen.

 

Tussen beiden zou het nooit goed gaan: Meciar zette eigenlijk het vroegere communistische systeem verder, terwijl Kovac onmiddellijk koos voor een politiek gericht op West-Europa en een vrije markt economie. Maar Meciar is een goed redenaar, en behoudt de sympathie van de minder welstellenden en vooral de bejaarden, die met de stijging van de kosten voor levensonderhoud vrezen voor hun eigen welvaart.

Op 4 maart 1994 trad Meciar af als premier na een motie van wantrouwen van het parlement. Bij de verkiezingen van 5 september 1998 lukken de andere politieke partijen er in samen te werken en zo de meerderheid van Meciar’s partij te breken. Nu kon er ook een nieuwe president worden gekozen als opvolger van Kovac die geen nieuwe ambtstermijn kon verrichten. Sindsdien had Slovakije goede contacten met West-Europa, werd lid van de Europese Unie en begon stilaan met hulp van de EU te werken aan de grootste problemen.

Nieuwe verkiezingen in 2010 met vrouw als eerste minister.

De resultaten van de parlementsverkiezingen op 17 juni 2006 waren een duidelijk antwoord van de bevolking op de regeerperiode van premier Mikulas Dzurinda. Zijn partij SDKU-DS moest het stellen met 18.35 % (31 zetels), terwijl de sociaaldemocraten van Robert Fico (SMER) 29.14 % haalden (50 zetels). Hoewel Slovakije er, gedeeltelijk dank zij de hulp van de Europese Unie, economisch sterk op vooruit ging, was er van

 

deze verbetering weinig te merken in het grootste gedeelte van het land. Meerdere internationale bedrijven werden opgericht (vooral in de sector van auto-assemblage), maar het is alleen het zuiden (Bratislava) en het westen (Trnava, Zilina) die de werkloosheid zagen verminderen. Bovendien bleef de invloed van de vroegere communistische leider Meciar zeer groot bij de oudere bevolking en in de kleine dorpen.

De nieuwe regering telde elf ministers van SMER, terwijl de uiterst rechtse partij (SNS) van Jan Slota en de partij van oud-communist Vladimir Meciar (HZDS) zorgen voor de noodzakelijke meerderheid. In kringen van de Europese Unie in Brussel maakt men zich grote zorgen over de evolutie van de politiek in Slovakije.

In juni 2010 waren er opnieuw verkiezingen. Nu werd een regering samengesteld met steun van centrum-rechtse partijen (SDKU-DS, Freedom and Solidarity, Christendemokraten, en Most-Hid. Deze nieuwe regering staat onder de leiding van Iveta Radicova. Kort na haar aanstelling bezocht ze Brussel, om er te praten met Herman Van Rompuy en Jose Manuel Barroso.

Ondertussen is Slovakije kunnen toetreden tot de Eurozone en is de Slovaakse Krone van het toneel verdwenen! Waardoor de aansluiting met het Westen werd bevestigd.

 

 

 

 

 

 

 

 

Enkele zware problemen, waarmee Slovakije te kampen heeft:

Grote werkloosheid, vooral in de regio rond Ilava, Dubnica, Trencin wegens het wegvallen van de grote wapenfabriek ZDS, die uitsluitend werkte voor Oost-Europa.
ook het noordoosten (regio Košice) heeft weinig werkgelegenheid: reden is het ontbreken van goede weg- en spoorverbindingen.
noodzakelijke reorganisatie van de landbouwcoöperatieven. Bij de eerste pogingen tot privatiseren werd zeer veel fraude gepleegd door vroegere aanhangers van de communistische partij.
de aanwezigheid in het land van ongeveer 500.000 Roma-zigeuners, die tijdens de communistische periode streng werden afgezonderd en ook vervolgd.
aanwezigheid van een grote Hongaarse minderheid (vooral door het wijzigen van de grens tussen het voormalige Tsjecho-Slovakije en Hongarije na Wereldoorlog 1 door het verdrag van Trianon).
een sinds 1977 hangend probleem met de Gabcikovo-Dam, die gezamenlijk met Hongarije moest worden gebouwd om met water van de Donau in elektrische stroom te voorzien. De dam werkt nog steeds op zeer laag niveau omdat Hongarije slechts een beperkte hoeveelheid water ter beschikking stelt.
tijdens de vorige regering onder de leiding van premier Fico was de staatsschuld gestegen met bijna 2000 euro per inwoner. De bedoeling is dan ook dat Sklovakije zeer veel moet besparen om de huidige schuld van 5000 euro per inwoner te verminderen.
Slovakije is binnen de Europese Unie het land met het kleinste gemiddeld financieel vermogen van de inwoners. In een statistiek van 2008/2009 stond Slovakije op ongeveer 10 % van het BBP, het geheel van de Eurozone op 100 % ... en België met het hoogste vermogen van iets meer dan 200 %. Intussen is de toestand er zeker nog niet verbeterd. De aanweziheid van een grote Roma-bevolking is één van de redenen van die toestand.

 

 

Plannen van Euro-Children voor de toekomst

We hebben, samen met personen uit Slovakije zelf, de ontwikkeling van de economische en sociale toestand in het land grondig bestudeerd. Vooral na de aansluiting van Slovakije bij de Europese Unie, is er in het algemeen genomen een economische verbetering waar te nemen. Maar het grote probleem dat vroeger bestond is nog niet opgelost: het grote verschil tussen het zuiden (Bratislava en omgeving) en het noordoosten. Terwijl in het zuiden en het westen de werkloosheid regelmatig daalt, wordt deze in de Oostelijke delen zelfs nog groter.

De nieuwe internationale investeringen voor auto-assemblage worden nu uitgebouwd in de omgeving van Trnava en Zilina. In de oostkant zijn grote investeringen van bedrijven praktisch onmogelijk, door het ontbreken van goede trein- en autowegenverbindingen.

Bovendien werken heel wat ouders van onze kinderen in officiële dienst (ziekenhuizen, administratie, vervoer, enz). Nu bestaat er in Slovakije een systeem dat bij ons ondenkbaar is: de wedden in openbare dienst in noordoost Slovakije bv. bedragen gemiddeld de helft van de wedden, die voor dezelfde functies worden uitbetaald in Bratislava en omgeving. Het verschil in kosten voor levensonderhoud kan misschien 10 tot 20 % uitmaken, maar zeker niet de helft: alle ingevoerde producten kosten overal even duur.

Daarom zal Euro-Children trachten evenveel nieuwe Slovaakse kinderen uit te nodigen als vorig jaar maar de verdeling van de plaatsen over de drie regio’s (Bratislava, Dubnica en Košice) wordt opnieuw onderzocht. We vragen eens te meer aan onze vertegenwoordigers ter plaatse enkel nieuwe kinderen voor te stellen uit gezinnen, die zelf geen mogelijkheden hebben,