eurologo.gif

 

EURO-CHILDREN

deugddoende vakanties voor kansarme kinderen bij gastgezinnen

 

Onze stichter, Father Robert

 

wie is Father Robert ?

 

Priester van het bisdom Antwerpen, kanunnik-emeritus van het kathedraal kapittel te Antwerpen.

Bischöflich Konsistorialrat der Diözese Linz (Oostenrijk) (1964)

Geboren 24.05.1922, priesterwijding 28.04.1946

Leraar Onze-lieve-Vrouwcollege te Boom (1948 – 1955)

Onderpastoor in Sint-Bavoparochie te Boechout (1955 – 1962)

Stichter en directeur van Caritas-Antwerpen (1962 – 1992)

 

 

In 1956 werd het huidige Euro-Children door hem opgericht onder de toenmalige naam Jeugd zonder Land.

 

Hiervoor verwijzen we naar een kort overzicht op onderstaande bladzijde, en ook naar de geschiedenis van onze organisatie

father Robert

 

 

In totaal reeds 57.910 kinderen

Bij het begin van 2013/2014, voor Euro-Children het 58ste werkingsjaar, past het zeker eerst en vooral een hartelijk dankwoord te richten tot al onze
vrijwillige helpers: zonder hen zou de werking van onze vzw onmogelijk zijn.
Sinds het ontstaan van onze organisatie in 1956 werden in totaal 57 910 kinderen uitgenodigd voor een vakantieverblijf in een gastgezin of deelname aan speciaal ingerichte vakantiekampen. De eerste kinderen kwamen uit diverse vluchtelingenkampen in Duitsland en Oostenrijk, in 1963 uit Noorwegen, Zweden en Frankrijk. In deze laatste groep ging het vooral om Hongaarse kinderen. Van 1974 tot 2005 kwamen kinderen uit het onrustige Noord-Ierland en vanaf 1990 ging onze aandacht naar centraal Europa.
Toen de toegang van West- naar Oost-Europa einde 1989 mogelijk werd, kwamen kinderen uit het toenmalige Tsjechisch-Slovakije aan de beurt. Ook na de opdeling van beide landen zou Euro-Children vanuit Praag en Bratislava actief blijven. In 1993 kwam Kroatië aan de beurt, en samen met deze werking ook Bosnië-Herzegovina en vooral het landsdeel Republika Serbska (hoofdstad Banja Luka). Sinds vorig jaar kwamen er ook kinderen uit Belarus (Wit-Rusland) en hopelijk wordt hun aantal verdubbeld in 2013.
In al deze landen ontvingen we de permanente steun van plaatselijke sociale werkers, meestal werkzaam in een caritas-afdeling. Maar de grootste hulp kwam – en komt nog altijd – van de ontelbare gastgezinnen, die soms vele jaren na elkaar dezelfde jongeren blijven uitnodigen.

 
 
Gastgezinnen

Voor de eerste activiteiten (kinderen uit vluchtelingenkampen in Duitsland en Oostenrijk) vonden we nog wel het aantal kinderen (27 448), maar niet het aantal gastgezinnen. Voor de kinderen uit Noord-Ierland kennen we wel het juiste aantal kinderen : 19 711. In die periode (1974 tot 2000) hadden we in Belfast zelf een flinke groep vrijwillige helpers, met een eigen kantoor in de hoofdstraat van West-Belfast. Stilaan werd ons eigen kantoor in Antwerpen ook voorzien van meer mogelijkheden, en werden de laatste jaren vooral de digitale hulpmiddelen up-to-date gehouden. Zo weten we nu iets meer over de evolutie van onze gastgezinnen

 

voor de helft van de Noord-Ierse kinderen vonden we de gegevens over de gastgezinnen terug: de grote meerderheid in eigen land maar ook 1231 gastgezinnen in Duitsland, 942 in Oostenrijk, 425 in Nederland en enkele in Frankrijk en Zwitserland.

Sinds 1993 worden de kinderen praktisch allen in België geplaatst, bijna uitsluitend in Vlaanderen. (men kan de plaatsingen steeds volgen op deze website).

Het directiecomité


Een speciaal dankwoordje voor de meest actieve leden van ons directiecomité: Debby De Cock, verantwoordelijke voor contacten met de gastgezinnen en voor de dagelijkse registratie van uitnodigingen … en oplossing van problemen tijdens de vakantie, en Karel Vermeulen, die zijn computer- en andere organisatorische ervaringen uit zijn professioneel leven nu ten dienste kan stellen van Euro-Children.
Zonder deze vrijwillige medewerkers zou Euro-Children niet bestaan.


Het Education Fund

Tijdens de 57 jaar van haar bestaan, heeft Euro-Children niet alleen bemiddeld om kinderen uit vele probleemlanden in contact te brengen met gastgezinnen, maar heeft ook een zeer grote financiële hulp geboden om die acties mogelijk te maken. Bovendien ging ook de aandacht steeds naar sociale hulpverlening, waar deze door de plaatselijke caritatieve of officiële organisaties niet werd voorzien. Een afzonderlijke bekommernis was bovendien het opvolgen van individuele problemen voor kinderen, die na enkele jaren een vaste band hadden met hun gastgezin.
Voor de kinderen die vanaf 1956 in Duitsland en Oostenrijk verbleven, meestal in grote vluchtelingenkampen, was het zelfs voor de plaatselijke sociale diensten moeilijk de sociale achtergrond te kennen: de verblijfsduur in deze kampen was gewoonlijk te kort, de verplaatsingen van het ene kamp naar het andere waren veelvuldig en de uitwijking naar andere landen zeer groot.

Eerste steun voor hoger onderwijs in Noord-Ierland

Toen Euro-Children het initiatief nam kinderen uit Noord-Ierland uit te nodigen, was er steeds een zeer goede samenwerking, vooral omdat de directies en leerkrachten van de scholen hun medewerking gaven. Op een bepaald ogenblik kwamen de kinderen uit 32 verschillende scholen in Belfast en Derry. Zowel door bepaalde gastgezinnen als door leerkrachten werd onze aandacht gevraagd voor enkele intellectueel zeer begaafde jongeren, die ongetwijfeld met vrucht hoger onderwijs zouden kunnen volgen, maar waar de ouders niet over voldoende financiële middelen beschikten.Omdat de meeste kinderen uit echte volksbuurten kwamen was het interesse van de meeste ouders beperkt: in Belfast was men in de eerste plaats bekommerd om het lichamelijk welzijn van de kinderen en hun veiligheid tijdens de dagelijkse bomexplosies. Toch was het mogelijk in de periode van 1996 tot 2001 in totaal 9 gezinnen een speciale financiële hulp te geven, uitsluitend te gebruiken voor hoger middelbaar en universitair onderwijs. Euro-Children betaalde daarvoor 15 793 GBP (omgerekend 19 378 euro). Al deze jongeren beëindigden hun hoger onderwijs met succes, en meerderen onder hen hebben nu een mooie toekomst voor zich.

Ook in andere Europese landen

De volgende jaren werd de werking van het Education Fund uitgebreid en genoten ook studenten in Tsjechië, Slowakije en Kroatië van deze hulpverlening. Voor het huidige schooljaar 2013/2014 werden volgende bedragen ter beschikking gesteld:

Bosnië & Herzegovina

2 studenten

1700 €

 

Kroatië

9 studenten

7140 €

totaal

Slovakije

14 studenten

10880 €

19720 €

De leefbaarheid van het fonds is te danken aan enkele belangrijke giften en een legaat. De giften die Euro-Children regelmatig ontvangt via Caritas-Hulpbetoon worden uitsluitend gebruikt voor de gewone werking van de vzw. Giften voor het Education Fund geven geen recht op een fiscaal attest (worden uitbetaald buiten ons land) en worden dus best op de gewone rekening (BE76 4097 5515 0195) van Euro-Children overgeschreven.

Wegens gebrek aan financiële middelen worden er vanaf het schooljaar 2015-2016 geen studietoelagen meer uitbetaald.